Dumpen


Ze heeft genoeg van hem. Is er helemaal klaar mee. Hij luistert niet, doet te weinig met de kinderen en ruimt nooit iets op. Doodvermoeiend. Jaren heeft ze geïnvesteerd: eerst lief en positief met uitleg en toelichting (dit broekje kleurt niet bij dat T shirt) en langzamerhand korter en duidelijker. Want ook zij is moe, druk en vol. Ze heeft maar twee kinderen gebaard. Maar nu voelt het als drie…… Ze gaat hem dumpen. Want ook zij heeft recht op liefde, aandacht, ondersteuning en lekkere seks. Allemaal dingen die ze allang niet meer van hem krijgt.

He loved her so much he already started to ignore her.

Ik kan niks meer goed doen. Al voordat ik thuiskom voel ik de spanning in mijn schouders kruipen: wat zal er vandaag weer eens niet goed zijn. De afgelopen tijd zijn alle mogelijke misstappen de revue gepasseerd: ik kleed de kinderen niet goed, zet de vuilnis niet buiten, zit teveel op mijn smartphone, ga waarschijnlijk vreemd en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ik vraag niet meer. Omdat het toch nooit goed is. Het verkeerde moment, de onjuiste toon of ik had er al eerder naar moeten vragen. Ik vind mijn rust in de parallelle wereld van mijn telefoon: beetje filmpjes kijken, chatten met de mannen uit de zondagmorgen fietsclub en pokemons vangen. Ik wil graag seks, lol en weer leuke dingen samen doen. Als ik me een beetje gedeisd houd waait de storm wel over, zo dacht ik. Nu gaat ze me dumpen.

 She loved him so much, she already started to change him.

Samsara wordt het in het boeddhisme en hindoeïsme genoemd. De terugkerende beweging van leven, dood en wedergeboorte. Als een draaimolen steeds hetzelfde rondje. Het is meegaan en geloven dat de wereld van begeerte, irritatie en verwarring de waarheid is. En als in de draaimolen kom je steeds langs dezelfde punten van pijn, verdriet en plezier. Filosoof Shankara noemde het het ‘universele wordingsproces’, het eindeloze worden. In contrast tot het eindeloze Zijn.

‘Ik ben verliefd op een ander. Je moet gaan. Het spijt me maar hij is leuker, liever, aantrekkelijker. Hij wast wel zijn handen voor het eten, woont in een mooi huis. Hij gaat voor me zorgen. En hoewel ik dat niet nodig heb, vind ik het wel fijn. Het spijt me. We hebben het goed gehad maar het is klaar. Misschien had ik beter moeten weten, je bent nooit attent geweest. Je hebt me nooit echt begrepen’.

Ik pak mijn spullen en ga. Weer op pad. Ik neem me voor te leren. Me eerst te verbinden met mezelf en vanuit daar pas met een ander.

Het pure Zijn. Daar waar je in contact bent met je puurheid. Voorbij materie, verlangens, aversie en ignorantie. Je puurheid in verbinding, groter dan jijzelf. Met het universum. De weg hiernaar toe is je adem. Bewust in en uit ademen. Om vervolgens zonder oordeel of verwachting te laten komen wat er komt. Mediteren.