Vlinders

De vakantie is voorbij, relaties worden beëindigd en gister had ik een uitgebreid gesprek met een trainee over een mogelijk faillissement van het bedrijf waar we werken. Het werd me ineens weer zeer duidelijk: we houden niet van afscheid nemen, loslaten, aanvaarden. Want écht: het aller- allerergste zou zijn failliet gaan. Ik vroeg ‘waarom?’.  Dacht aan de kansen, aan platgebrande bossen, aan Shiva, de god van vernietiging, die ruimte maakt voor nieuw leven, een nieuwe cyclus, nieuw groen. Het zit niet in ons dagelijks systeem. We willen vasthouden. Veranderen is eng en moeilijk.

Ergens weten we het wel: hoe harder je knijpt in het handje zand dat je wil vasthouden, hoe makkelijker het tussen je vingers weg glipt. Maar dat ‘ergens’ zit meestal diep in ons verborgen. Keurig afgedekt door ons ego. De praatgrage gedachtenmachine die voortdurend doorratelt als een kip zonder kop. Ons wakker houdt uit onze slaap en de basis is voor onze irreële angsten en verdriet. Ons ego dat ervoor zorgt dat we ons vastklampen aan ziekmakende situaties op werk, in relaties of zelfdestructieve systemen. Alles om maar niet los te laten, te vechten tegen de stroom, vast te houden aan hetgeen we kennen.
Ik doe er ook soms aan mee en steeds realiseer ik me weer de enorme stroom van vertrouwen, kracht en liefde. Waarmee ik verbonden ben. Die in en om ons heen is. Altijd weer. Ons pure zijn. Ons ‘Ergens’. En dan ineens gaat het: kan ik loslaten en aanvaarden. Zien dat relaties voorbij gaan, dat na eb vloed komt en toegeven dat het even wat minder gaat.
Ik vertel helemaal niets nieuws. Maar hoop dat je jezelf de tijd gunt het ook even aan te raken. Je diepste kern, los van je ego. Je basis waarin je weet dat het precies zo gaat als het gaat. Dat je mee mag bewegen met de stroom. Dat vastknijpen, krampachtig en hard, een illusie is. Dat je kan vertrouwen.
Een prachtig waargebeurd verhaaltje als afsluiting, over liefde en vertrouwen.
Met glas en papiertje stond ik in mezelf te praten tegen de prachtige vlinder. Die zo druk fladderde tegen mijn raam, op zoek naar de weg naar buiten. ‘Doe maar voorzichtig lieverd, het glas is maar klein en ik wil je vleugels niet beschadigen. Ik laat je naar buiten’. Ik stond even en wachtte tot er wat rust zou komen. Ik haalde rustig adem en keek naar de vlinder.
De vlinder draaide weg van het raam, landde op mijn rechterborst en ging rustig zitten. Ik hoefde alleen maar drie passen naar buiten te zetten om de vlinder de verdiende vrijheid te geven. Een prachtig gebaar. Loslaten en vertrouwen.
Ik wens je een fijne dag.