Balanceren

‘Je bent te soft. Moet harder van je af bijten. Niet over je heen laten lopen. Je moet vechten’. Ik ken deze opmerkingen en jij misschien ook. Duidelijke grenzen stellen vanuit een pure houding die voortkomt uit vrede en liefde, is niet makkelijk. Dat het mogelijk is bewijzen de Tibetanen en de Dalai Lama met hun geweldloze strijd. Dat er een spanningsveld bestaat tussen je eigen welbevinden en de inbreuken die anderen daarop maken is een feit.
Wat ermee te doen?
Wanneer je kwaad wordt aangedaan of je geconfronteerd wordt met de negatieve energie van een ander, moet je extra hard werken om bij jezelf te blijven en niet mee gesleurd te worden. Vrij gemakkelijk ga je mee in het negatieve gedrag en vind je jezelf ineens schreeuwend en vechtend tegen over iemand terwijl je dat helemaal niet wilt. Ik schreef er al eens eerder over.
De laatste tijd bevind ik mij in een aantal conflictueuze situaties: er is een aantal mensen dat op een bepaalde manier met mij omgaat die me niet bevalt. Je hoeft waarschijnlijk maar even terug te denken om zelf ook een voorbeeld naar boven te halen waarin je dat gebeurde.
Ik kijk altijd graag en veel naar mijn eigen aandeel: wat kan ik veranderen om de situatie te verbeteren? Hier begint het natuurlijk al met mijn waarde oordeel van de situaties: ik bestempel ze (ondertussen) als conflictueus. En ik constateer dat ik er last van heb. ‘Vechten moet je!!’, roepen mensen om mij heen. Ieder met hun eigen invulling bij dat begrip. En ik? Ik bevind me in een dilemma. Want ja; het is voor ieder belangrijk zijn eigen grenzen te bewaken en zeker ook voor mij maar steeds voel ik liefde. Liefde die sterker is dan de woede. Waardoor de manier van vechten die ik om me heen zie gebeuren me niet past. Ik kies voor de geweldloze strijd zoals ook de Tibetanen. Makkelijk? Absoluut niet. Steeds moet ik opletten of ik daarin niet toch mijn grenzen laat overschrijden. En dat gebeurt ook af en toe. Maar ver van mezelf kiezen voor een andere houding doet me nog meer pijn en verdriet.
Ik focus me op het evenwicht tussen universele liefde en liefde voor mezelf. Ik ben lief voor mezelf en zorg ervoor dat mij geen kwaad en onrecht wordt aangedaan. Ik hou van mezelf zoals ik ook van de ander hou. Ik vertrouw op steun en de onvoorwaardelijke kracht van liefde. Ik val en sta op.