Een verhaal?! Is daar nog tijd voor?

‘Schiet op! Kom snel mee’, roept het kind terwijl ze me bij de hand pakt. ‘Je moet meekomen! Kom snel kijken!’. Ik krijg nauwelijks tijd mijn theekop weg te zetten want ze heeft mijn hand al vast en trekt me mee. Er is geen ruimte voor twijfel of discussie: ze gaat me laten zien waar ze zo opgewonden over is.

Ik ken haar al een tijdje. Het is een klein meisje. Een beetje teruggetrokken, soms stil en in zichzelf gekeerd. Alsof ze zich in een andere wereld bevindt. Ik schat dat ze een jaar of zeven is. Altijd wanneer ze langskomt verandert er iets. Vaak nog voordat ik haar zie weet ik al dat ze er is. Alsof ik haar energie kan voelen of zoiets vaags waar mensen hele boeken over volschrijven. Ik weet niet wat ik daarvan moet geloven maar dit meisje doet wel een heleboel met me. Als ze er is gaat als vanzelf mijn aandacht naar haar toe en volg ik haar. Soms met mijn ogen, soms in een wandeling en soms praten we even.
Maar nu brengt ze me naar iets belangrijks, iets wat kennelijk grote indruk heeft gemaakt. Ze trekt me mee terwijl ze vaart probeert te maken. Ik loop, struikel en ren zelfs stukjes met haar mee. Niet perse nieuwsgierig maar meer verwonderd: open en in afwachting van wat het is dat ze me gaat laten zien.
We lopen de straat uit, via het veldje naar de rand van het bos waar ze ergens een piepklein paadje insteekt. Ik buk om takken te ontwijken maar voel toch een kras ontstaan in mijn gezicht. Zij lijkt nergens last van te hebben. Gaat rechtdoor. De volledige overtuiging van haar pad, zichzelf en de situatie brengt ze zonder woorden over op mij: ik laat me gewillig meevoeren zonder vragen of twijfels. Ergens in mijn hoofd verbaast me dit: ik zou me kunnen afvragen of ze hier wel mag komen, waarom ik überhaupt meega, wat precies de bedoeling hiervan is. Maar ik doe dat allemaal niet en volg gewoon het meisje met mijn hand in haar hand.
Opeens staat ze stil. Ze draait zich naar me om en kijkt me recht in mijn ogen aan. ‘Weet je waar we naar toe gaan?’, vraagt ze me. ‘Nee, natuurlijk niet’, zeg ik, een beetje onaardiger dan bedoeld. Ik ben buiten adem en voel de kras in mijn gezicht branden. ‘Hmm, dat dacht ik al. Het is belangrijk dat je goed oplet. Doe nou niet dom en kijk straks goed. Niet aan andere dingen denken’. ‘Ok’, zeg ik terwijl er ergens in mijn hoofd een stem roept of ik nog te redden ben. Ik heb het druk, van alles aan mijn hoofd en sta hier nu midden in het bos met een klein kind, onderweg naar iets waar ik geen benul van heb.
We lopen nu rustig verder. Het geeft me de tijd even tot mezelf te komen. Mijn adem rustig te laten worden, mijn voeten op de aarde te voelen. Dingen die ik geleerd heb op de mindfulness cursus die ik via mijn werk heb gevolgd. Veel blabla vond ik het (eet in volledige aandacht deze rozijn) maar toch waren er wel een aantal praktische tips die zijn blijven hangen en van pas komen: adem reguleren en contact maken met mezelf. Niet alleen handig voor op kantoor, zo blijkt nu.
Dan stopt ze me bij een laag muurtje. Ik heb het nog nooit eerder gezien en weet ook niet precies waar ik me nu bevind in het bos. Het lijkt een oude tuinmuur te zijn: grote, gestapelde grijze keien waar, in de ruimtes tussenin, de natuur aan het werk is gegaan: er groeit gras, kleine plantjes en zelfs bloemen tussen de keien uit. Ze gebaart me met mijn rug tegen het muurtje te gaan zitten, wat ik graag doe: even uitblazen.


De grote opwinding die het meisje eerder had, heeft plaatsgemaakt voor totale rust, realiseer ik me na een tijdje. Heel kalm zit ze naast me te wachten tot ik er weer helemaal bij ben: op adem gekomen, mijn hartslag naar beneden en tevreden. Over de natuur om me heen, de rust en dit onverwachte moment.
‘We draaien ons zo meteen om en dan kijk je rustig over het muurtje heen’, zegt ze dan gedecideerd tegen me. ‘Je hoeft niks te zeggen en niks te doen. Je legt alleen je handen op het muurtje, leunt er rustig tegen aan en neemt dan alle tijd om te zien wat er aan de andere kant van de muur is voor jou. Ik wil dat je de tijd neemt om alles te zien. Te zien met je ogen, te horen met je oren, te voelen met je huid en te ervaren met je hart’. Ik kijk haar rustig aan. ‘Wat een wijze woorden voor zo’n klein meisje’, denk ik. ‘Wees je bewust dat jij de enige bent die dit ziet want dit is speciaal voor jou’, vervolgt ze. ‘Het is jouw beeld. Kijk zoals je bent: met een open en glanzend hart. Zonder verwachtingen of gedachtes. En je zal zien wat er is voor jou. Wat je in je hebt. Je wensen, je liefde, je dromen en je werkelijkheid. Kijk met je hart over dit muurtje en adem rustig door’. Ik knik. Later zullen er wel gedachtes komen. Vraagtekens bij dit allemaal. Maar nu, op dit moment, is het goed. Ik draai me rustig op mijn knieën, leg mijn handen op het muurtje, voel het ongelijke reliëf van de keien tegen mijn lichaam en onder mijn handen en richt dan rustig mijn blik op de ruimte achter de muur.
Wil je meegaan in dit verhaal? Sluit dan nu rustig je ogen en neem je tijd een voorstelling te maken. Van hoe je mee bent gelopen, het bos in. Hoe je uiteindelijk samen met mij tegen het muurtje hebt aangezeten en je je nu omdraait en kijkt. Over jouw muurtje heen. Neem rustig je tijd te kijken in leegte. Zonder verwachtingen en zonder gedachtes. Als je wordt afgeleid, focus je dan op de rustige stroom van je ademhaling. Kijk alleen maar. En word je bewust.
Wordt vervolgd.